Speelgoedschijf en -indeling

In een speel-o-theek staat een grote hoeveelheid speelgoed. Het is handig dat speelgoed een vaste plaats heeft. Het moet worden onderverdeeld en gerangschikt op een bepaalde manier. Indelen van speelgoed moet gebeuren om de speelgoedcollectie overzichtelijk te houden, zowel voor de leners als voor eigen medewerkers.

speelgoedschijf

Waarom een speelgoedschijf en voor wie?

De meest gangbare methode om het speelgoed in de speel-o-theek in te delen is de indeling volgens de speelgoedschijf. Deze speelgoedschijf is jaren geleden ontwikkeld door de toenmalige Stichting Spel- en Opvoedingsvoorlichting. Na inventarisatie van de wensen en ervaringen van gebruikers heeft de Vereniging speel-o-theken Nederland deze schijf uitgebreid met enkele subcategorieën en op kleur ingedeeld. De speelgoedschijf geeft de speel-o-theek medewerkers houvast bij het inrichten van de speel-o-theek en het plaatsen van het speelgoed.

 

Indeling naar functie

Speelgoed kan op verschillende manieren worden ingedeeld. De beste manier om speelgoed in te delen is naar de belangrijkste functies. Toch kan het heel moeilijk zijn om speelgoed een goede plaats te geven in een categorie, want soms kan een stuk speelgoed in verschillende categorieën thuis horen. Het blijkt dat wanneer gekeken wordt naar de belangrijkste functie van het stuk speelgoed, indelen makkelijker is. Dus bijvoorbeeld: waar is het voor bedoeld en wat doet een kind er mee? Bij twijfel wordt er gezamenlijk een keuze gemaakt.

 

Hoofdcategorieën

De ontwikkeling van kinderen kan in drie grote functies worden verdeeld: lichamelijke ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en verstandelijke ontwikkeling. Onder deze drie hoofdfuncties vinden we diverse categorieën speelgoed: bewegingsmateriaal, zintuiglijk materiaal, snoezelmateriaal, fantasie materiaal, creativiteits- en expressiemateriaal, gezelschapsspellen, taal- en denkspellen, bouw- en constructiemateriaal en puzzels.


Toelichting op de indeling van de speelgoedschijf

 

Bewegingsmateriaal (BG en BGhn hn = vestiging Hoorn)

 

Binnen deze categorie vallen spelmaterialen, waarmee een kind wordt uitgenodigd te lopen, duwen, sjouwen, trekken, gooien, klimmen en springen. De grove motorische ontwikkeling wordt hierbij gestimuleerd. Ook zonder de hier genoemde materialen komt een kind tot zitten, kruipen en lopen. Maar ouders/opvoeders geven kinderen graag een stimulans bij de lichamelijke ontwikkeling.

 

Zintuiglijk materiaal (ZF en ZFhn)

Spelmaterialen die binnen deze categorie vallen stimuleren en activeren de fijne motoriek en de zintuigen. We denken hierbij aan materiaal dat een beroep doet op de ontwikkeling van het gehoor, de reuk, de smaak, het gezicht, tastzin en de oog-handcoördinatie. Het materiaal nodigt uit tot experimenteren, passen en meten en vergelijken (kleur-vorm).

 

Snoezelmateriaal (SZ en SZhn)

Snoezelmateriaal is speciaal ontwikkeld om de zintuigen te beleven. Snoezelmateriaal prikkelt de pure beleving van de zintuigen van kinderen met een ontwikkelingsachterstand of –beperking. Het materiaal is vaak wat royaler van formaat en stevig geconstrueerd. In deze categorie valt ook het zachte wasbare speelgoed.

 

Fantasiemateriaal (FA en FAhn)

Binnen deze categorie vallen spelmaterialen, waarmee het kind naspeelt wat het ziet en meemaakt. Fantasiemateriaal is nodig bij het verwerken van gevoelens. Het kind experimenteert met verschillende rollen. Naarmate een kind ouder wordt, speelt het situaties die het niet zelf meegemaakt heeft, maar die het heeft leren kennen uit boeken, verhalen of TV-series. Het kind kan teruggaan in de tijd (riddertijd) of in de toekomst leven (science fiction-verhalen). Kinderen hebben fantasiemateriaal nodig om met elkaar, zichzelf en de grote mensenwereld om te leren gaan.

 

Creativiteits- en expressiemateriaal (CE en CEhn)

Binnen deze categorie vallen spelmaterialen waarmee kinderen zelf vorm kunnen geven en/of zichzelf kunnen uiten. Beeldend materiaal (zoals papier, verf, klei), gereedschap (zoals hamer, schaar en weefgetouw), voor geconstrueerd materiaal (zoals stempels, gipsvormen) en muziekinstrumenten horen in deze categorie thuis.

 

Gezelschapsspellen (GS en GShn)

Binnen deze categorie vallen die spellen die primair bedoeld zijn om met meerdere personen te spelen. Het speldoel staat vast en moet volgens afgesproken regels bereikt worden.

 

Taal-en denkspellen (TD en TDhn)

In deze categorie vinden we o.a. de spelletjes die alleen gespeeld kunnen worden. Het betreft spellen die speciaal ontwikkeld zijn op ruimtelijk en wiskundig inzicht en taalontwikkeling. De spellen voorzien in een onderverdeling in moeilijkheidsgraad.

 

Puzzels (PL en PLhn)

Binnen deze categorie vallen spelmaterialen, waarbij het gaat om zoeken, herkennen en bij elkaar brengen van vormen. Doel is: de vorm compleet maken.

 

Bouw- en constructiemateriaal (BC en BChn)

Binnen deze categorie vallen spelmaterialen, waarmee een kind stapelt, bouwt en gebruik maakt van diverse verbindingselementen. De categorie is opgebouwd van bouwen (stapelen) naar construeren.

 

Coöperatieve Spellen (CS en CShn)

In coöperatieve gezelschapsspellen win of verlies je samen. In samenwerkingsspellen speel je niet tégen elkaar maar mét elkaar. Met coöperatieve spelvormen leren kinderen samenwerken, overleggen, naar elkaar luisteren en strategisch denken.

 

Bron: VSN speelothekenvereniging

Scroll naar top